Wedstrijdbeleving

Sja, dan heb je alle wedstrijden van Oranje (bijna) gezien, maar zodra het écht spannend begint te worden, moet je afhaken. Want dan blijkt dat je zo stom bent geweest om jezelf in te laten roosteren als verslaggever in Eindhoven tot 17.00 uur. Maar ach, de wedstrijd begint om 16.00 uur: ikkijkwelopderedactiewantfilesenhoedrukkanhetzijnopvrijdagmiddagquanieuws. Om 15.00 tijdens de finishing touch van de montage van mijn item word ik gebeld door de eindredactie. Waar ik ben en of ik als de sodemieter naar beneden kom want er is een grote bosbrand op de Strabrechtse heide. Isn’t it nice to be the freelance one. Dág kwartfinale kijken. Al vloekend stap ik in mijn oververhitte auto zonder airco en ik begin nóg harder te godverdommesen als ik niet over kan schakelen naar Jack van Gelder, omdat ik naar de eigen omroep moet blijven luisteren wánt brandnieuws.
Enfin, lang verhaal kort: tot 19 uur live verslag staan geven en de hele wedstrijd is totaal aan me voorbijgegaan. Door enkele joelende kinderen werd ik zijdelings op de hoogte gebracht van de gemaakte doelpunten. En goed, We Waren Door, dus daar ging het uiteindelijk toch om.
Na alle consternatie thuis aangekomen check ik mijn rooster zodra ik weet wanneer de volgende wedstrijd van Oranje zal plaatsvinden. Tuurlijk. Dinsdagavond. Aftrap exact (als in: 20.30 uur!!) op het moment dat ik de passagiers moet verwelkomen voor de blijde vlucht naar het altijd gezellige Billund, een klein gat in Denemarken. Een volgende GVD vliegt uit mijn mond, want ik weet: hier ga ik niks van mee krijgen. Anderhalve week geleden moest ik tussen twee vluchten op Europa door nog de wedstrijd bij elkaar sprokkelen middels iPhone Radio 1 applicaties, geluidloze schermen her en der verspreid over de luchthaven, smsjes van vriendlief en Acars (Aircraft Communications and Reporting System AKA radiocontact in het vliegtuig). Op het moment van vertrek, wisten we nét de uitslag en ik had uiteindelijk zelfs de helft van de wedstrijd gewoon op een beeldscherm gezien. Nu zag het er kanslozer uit. Terugkomen uit Oslo en lekker gemaakt worden door grondcollega’s in oranje outfits, en door voorbeschouwingen op het bemanningencentrum. Wetende dat jij je aan gate D82 (de bijna allerverste gate) moet melden op het moment van de aftrap. Jammer. Heeeeel jammer..
We lopen de slurf in en ik ben aan mijn iPhone gekluisterd. De streaming van BNN Radio 1 is perfect en ik hoor al wat vuvuzela’s. Dan klinkt het Wilhelmus. De schoonmaakploeg is nog bezig aan boord, 90% van het personeel is van niet-Nederlandse afkomst, maar het gejoel is niet van de lucht als ik m’n iPhone over de speaker laat schallen. Sport is verbroedering. Zeg dat maar tegen Wilders.
Mijn collega komt met een geluidsboxje aangezet. Zo’n ding heb ik ook en ik vervloekte mezelf al dat ik ‘m in mijn koffer had laten zitten, die op dat moment in het laadruim gegooid wordt. We sluiten het geluidsei aan en de purser – man en enorme voetbalfan, My Lucky Day – houdt er direct de microfoon van het omroepsysteem tegenaan, zodat de collega’s achterin en de nog aanwezige schoonmakers de eerste minuten kunnen volgen.
Ik raffel mijn checklist af en voer voornamelijk allerlei héle belangrijke taken in een straal van 1 meter van het ei uit. De rest komt straks wel. De cockpit arriveert (dat is jargon voor: de piloten lopen binnen. De cockpit was namelijk al aanwezig toen wij aankwamen) en ik los de purser af met het vasthouden en ingedrukt houden van de microfoon, want door alle spanning valt zijn duim er zowat af. Zie foto, dat verklaart het een en het ander.
De heren Piloten zoeken asap de Wereldomroep op de radiofrequentie en zetten die op de speaker, zodat wij even rond kunnen lopen. We rekken nog wat tijd, maar dan komt toch dat moment dat er – helaas – passagiers aan boord moeten gaan komen.
Er stappen voornamelijk Denen in. De eerste Nederlander informeert direct naar de stand. De volgende landgenoot meldt ons dat hij ‘NIET blij is dat hij moet vliegen’. Wel met een knipoog. Maar toch serieus. Zucht. We herkennen het. Een ander luistert stiekem mee naar ons ei. Het ding hangt nog steeds aan mijn iPod op het galleyblad. Eigenlijk kan het niet. Want niet professioneel enzoreutelbla. Fijn, zo’n purser die daar schijt aan heeft. We verwelkomen de mensen en luisteren met een half oor naar het ei.
Dan roept de gezagvoerder plots vanachter zijn gesloten deur om: ‘1-0’. De purser snelt naar de cockpit en tikt de baas op zijn vingers: ‘Sssst! We hebben Nederlanders aan boord, die vinden dit écht niet grappig.’ Ik luister inmiddels verder naar de wedstrijd en moet gniffelen om zijn – toch wel misplaatste – grap. ‘Maar het IS 1-0’, probeert de baas nog. De purser is echter onverbiddelijk. Een beetje losjes mag het wel worden, zo met af en toe de wedstrijd over de speakers als het écht spannend wordt, maar mensen op het verkeerde been zetten, dat kan niet.
Dan ineens hoor ik vanuit ‘mijn’ ei het doelpunt gemaakt worden door Van Bronckhorst en het misverstand is duidelijk: een vertraging van 40 seconden tussen Radio 1 en de Wereldomroep die in de cockpit aanstaat (wie is er nou eigenlijk vertraagd, vraag ik me af..). Even verliezen we ons professionele gezicht en maken een rondedansje. De strakke Nederlandse zakenmannen-in-pak doen met ons mee. Ik stel een Deen de foute vraag voor wie hij is. ‘Denmark’, antwoord hij een beetje cynisch. Maar de Denen gunnen het ons, zij het met een nare bijsmaak, want 2-0 op 14 juni. ‘Laat ze dan maar kampioen worden ook, dan hebben we niet voor niks verloren’, zeggen hun ogen.
En dan.. nét voordat de pushback-kar komt en we de boel écht moeten afsluiten, maakt Uruguay 1-1. Ai. We hopen voor de rust nog op goed nieuws uit de cockpit, maar als we de startbaan afrollen, is het inmiddels rust. En we weten: de uitslag komt pas ná de wedstrijd, want Acars geeft de standen enkel door tijdens de rust en na afloop.
Zo KLM-mogelijk voeren we de service uit. Ik sta met drie meiden in de cabine wanneer we de gezagvoerder ineens ‘2-1’ om horen roepen. ‘Maar.. hoe kan dat nou?? Hoe weet hij dat??’ Het lukt ons niet eens om de gezichten in de plooi te houden, maar dat hoeft ook niet. Het ijs was allang gebroken en de felicitaties zijn niet van de lucht, nadat de vertaling in het Engels voorbijkwam. Vier minuten later klinkt het al ‘3-1’ over de speakers en ik vind het wel welletjes daar in die cabine. Service klaar, ik peer ‘m. Voor de cockpitdeur zwaai ik naar de camera en mag ik naar binnen. De heren hebben de Wereldomroep aanstaan en luisteren tussen alle radiobakencontactmomenten door live naar de wedstrijd via de korte golf. Het gekraak en blikken geluid maakt het magische moment alleen maar groter. Ik ga zitten en pak een koptelefoon. Jack van Gelder praat me bij, het is oorverdovend stil in de stuurhut, gesproken wordt er alleen als de luchtverkeersleiding daar behoefte aan heeft.
Het is 22.10 en ‘we’ hebben nog vijf officiële minuten te gaan. Onze vlucht iets meer. Ik kijk al luisterend naar buiten en het is nog licht. De paar wolkjes waar we boven vliegen zijn roze gekleurd en daar tussendoor zie ik het vlakke Denemarken met wat meertjes hier en daar en kleine dorpjes in het verkavelde gebied. In mijn oren hoor ik Jack in stereo zeggen dat ‘de finale nu een feit is’. Ik besef dat er eigenlijk maar weinig mensen zullen zijn die zo’n spannende wedstrijd op deze manier hebben beleefd en geniet van het fantastische moment. En ik begin er in te geloven. Dat we de finale bereikt hebben. Nu durf ik het ook uit te spreken. Sja, als Jack het zegt..
De baas switcht het ‘fasten seatbelt-sign’ aan en geeft het commando ‘Cabin crew, prepare for landing’. Met een gerust hart gooi ik de koptelefoon van mijn hoofd en stap ik de cabine in om die voor te bereiden voor de nadering.
Nadat we de baan af zijn, roept de gezagvoerder om dat de eindstand 3-2 voor Nederland is geworden en ik besef dat de spanning na dat tweede doelpunt van Uruguay een hel geweest moet zijn voor de kijkers. Ik besef tevens dat de wereldtitel gewoon nog maar één stap is, voor ons kleine landje. Ik gloei van trots, blijdschap, ongeloof en adrenaline.
De passagiers stappen uit, Nederlanders zoeken bij en krijgen van ons het ‘wij-gevoel’, de Denen wensen ons – oprecht, ja echt – succes en feliciteren ons. De laatste Deense passagier buigt zich naar me toe. ‘’Nów you have to promise us to beat the Germans.” Morgen. Duitsland-Spanje. Ik vlieg op dat moment naar Moskou. Maar die finale zondag? ICH BIN DABEI!!!!!!!!!!!!


Last 5 posts by Lijn

Voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner Plaats dit bericht op Twitter

5 Responses to “Wedstrijdbeleving”

  1. Siona says:

    ‘..en luisteren met een half oor naar het ei.’ Hahahahaha! Waarom ben ik toch zo visueel ingesteld?
    Maar tof dat je zondag wel kunt kijken :) !

  2. Heer B says:

    Kleine tip van de zeikerd: leesbaarheid wordt best groter met spaties en alinea’s. Jij letterpoeperdt!

  3. Siona says:

    @ B; och, interpunctie en belijning is sooo overrated!

  4. Siona says:

    Dat moest overigens uiteraard een : zijn en geen ; Excuus, typootje van mijn kant. Zo correct zijn we wel. Met 2 c’s en dus niet korrekt.. want daar krijg ik jeuk van.

  5. Lijn says:

    Sja, dan tik je het stuk in Word, want daar kun je ‘ongedaan maken’ aanklikken. Zodat ik niet – zoals zo vaak in een mail of bij dit soort sites – ineens mijn tekst onbedoeld selecteer en wis. Gebeurt regelmatig, schuld van de mousepad op mijn laptop. En goed, dan tik je het stuk dus in Word en copy paste je het naar hier én dan verdwijnen de alinea’s. Wat had je nou over spaties, B.?? Die staan er genoeg, hoor!

Trackbacks/Pingbacks


Leave a Reply

?>